Helaas komt er bij de Berner Sennen honden een aantal erfelijke aandoeningen voor.Door de ouderdieren zo goed mogelijk hier op te onderzoeken kun je de kans dat pups deze aandoeningen kunnen krijgen heel veel kleiner. Hier een uitleg over de aandoeningen waarop de ouderdieren worden onderzocht.

 

HD (heup-dysplasie)

HD komt helaas regelmatig voor bij de Berner Sennenhond en is voor een deel erfelijk bepaald. HD is een gewrichts-aandoening van de heupen van de hond en is in verschillende gradaties te benoemen, namelijk: HD–A tot en met HD-E.

  • HD-A betekent dat de hond vrij is van HD.
  • HD-B is een overgangsvorm.
  • HD-C is licht positief, dus niet geheel goede heupen.
  • HD-D is positief, dat betekent dat de heupen een duidelijke afwijking laten zien.
  • HD-E is zware HD, HD in Optima Forma, hier zijn de heupen dus zeer slecht.

Nordbergwaarde

Achter de letter komt bij de Nederlandse beoordeling ook nog een cijfer te staan, dat cijfer is tussen 0 en 40, dit noemt men de Norbergwaarde. De vorm van heupkoppen en heupkommen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten wordt uitgedrukt in een waarde, de zogeheten Norbergwaarde.
Bij normale heupgewrichten is de Norbergwaarde minstens 30, honden die een lagere Norbergwaarde hebben, zullen dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen hebben.
Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft.
Een HD-A20 blijft dus beter dan een HD-C40, het is de letter die de doorslag geeft. Overigens wordt er in de door ons omringende landen alléén een letteraanduiding gegeven.

HD en fokkerij

In Nederland mag er gefokt worden met Berners die een officiële uitslag hebben van HD-A,B of C. 
Voor de beoordeling van röntgenfoto’s is een speciaal panel samengesteld door de Raad van Beheer.
Uiteraard streven we ernaar om honden te fokken met goede heupen, echter blijft het moeilijk te voorspellen wat er uit gaat komen, want ja, ook bij een combinatie met alleen HD-A honden kan er een hond met HD B,C,D of E uit komen.
De vorming van HD heeft met meerdere factoren te maken, zoals genoemd een deel erfelijkheid, (dat kan ook van meerdere generaties terug zijn) een deel voeding en een deel beweging. 
Met name over beweging wordt vaak geschreven dat men het vooral in het eerste jaar rustig aan moet doen met een jonge Berner en zeker niet teveel mag lopen, maar wat is teveel lopen??? 
Juist……, daar zijn de meningen vaak erg verschillend.
Onze ervaring leert dat het belangrijk is om bij een relatief jonge hond spiertraining te gaan doen.

 

ED (elleboog-dysplasie)

ED is ook een aandoening die we bij de Berner Sennenhonden regelmatig tegenkomen.ED staat voor: Elleboog-Dysplasie.De term Elleboog-Dysplasie wordt gebruikt wanneer één of meerdere van de volgende aandoeningen in een ellebooggewricht aanwezig is of zijn:

  • 1-OCD (Osteochondritis dissecans, loslaten van een stukje kraakbeen van de bovenarm)
  • 2-LPC  (Los processus coronoïdeus, loslaten van een stukje bot van de ellepijp)
  • 3-LPA (Los proc.anconeus, loslaten van een stuk bot op een andere plaats van de ellepijp)
  • 4-Incongruentie (een niet goed “passend” gewricht door een te lange of te korte ellepijp ten opzichte van het spaakbeen)

Ieder van de genoemde afwijkingen leidt na enkele maanden tot “artrose”.  Onder artrose wordt verstaan veranderingen van een gewricht (botreactie’s ) die in de loop van het ziekteproces kunnen ontstaan, die blijvend zijn en vooral gekenmerkt worden door startpijn.
U kunt zich misschien wel voorstellen dat een hond die ED heeft en als gevolg daarvan ook artrose, niet gemakkelijk kan lopen, gewoonweg omdat het gewricht in meer of mindere mate niet soepel is en daardoor vaak ook pijnlijk.

Bij de VBSH  is het verplicht om de honden die ingezet worden voor de fokkerij te laten röntgenen op ED, de uitslag daarvan kan zijn: ED-vrij, Graad 1, Graad 2 of Graad 3.
Er is echter geen beperking voor het inzetten voor de fokkerij, dat betekent dat er nog steeds gefokt mag worden met honden die ED hebben!
Of ED al dan niet erfelijk is of door een “trauma” veroorzaakt kan worden is nog steeds niet voor 100% zeker, wij nemen daarom het zeker voor het onzekere en zetten alleen ED-vrije honden in voor de fok.

MH (maligne histiocytose)

Het ras de Berner Sennenhond kampt helaas met veel gezondheidsproblemen. Wij kennen het ras nog uit de relatief gezonde tijd en hebben veel problemen zien opdoemen. Ook wijzelf hebben al kennis moeten maken met een aantal van die problemen.Echter, niet alle problemen staan een lang leven in de weg, met een aantal aandoeningen kan een hond toch op een goede manier oud worden, denk bijvoorbeeld aan HD, een gebitsfout, een knikstaart of een “foute” aftekening.Helaas zijn er ook andere aandoeningen waar een hond niet oud mee wordt en dat is, o.a. de zeer agressieve vorm van kanker: MH (MH staat voor: Maligne Histiocytose).

Helaas is MH inmiddels doodsoorzaak nr 1 bij de Berners!!

Nu hebben wij het voorrecht om enkele honden met “gezonde” bloedlijn te hebben, daar zijn wij erg dankbaar voor.We willen dan ook op onze manier proberen te werken aan een stukje uitbreiding van die lijn door af en toe een nestje te fokken.Omdat er redenen zijn om aan te nemen dat de MH erfelijk is, zoeken wij een reu voor onze teven met dezelfde gezondheid in de lijnen.Het is duidelijk dat dit geen gemakkelijke klus is, maar onze liefde voor het ras blijft ons motiveren om door te gaan.Wij zoeken in Nederland, maar ook in het buitenland naar een geschikte reu.Niemand kan garanties geven op een levend wezen, maar we kunnen wel onze uiterste best doen om een stukje gezondheid terug te krijgen in het oh zo mooie ras! Dit doen wij door niet te fokken met honden waarvan al vaststaat dat er MH in de lijn aanwezig is.

Hieronder kunt u uitgebreidere informatie vinden over MH. (Deze tekst is ook te vinden op de website van de VBSH.)

Histiocytair sarcoom-maligne hystiocytose-complex en het onderzoek naar de erfelijke achtergrond

Het maligne, histiocytair sarcoom (HS) is een tumor van histiocytaire cellen welke hun oorsprong in het beenmerg vinden. Hun normale functie betreft de afweer.

(1) Een eerste vorm van het histiocytair sarcoom betreft het optreden van gelokaliseerde tumoren met name in onderhuidse weke delen, of van structuren nabij gewrichten, maar ook andere locaties zijn beschreven. Naast sterke lokale infiltratie (vorming van uitlopers) treedt verspreiding naar regionale lymfknopen en vandaar naar inwendige organen (longen, lever, milt) op in een groot aantal gevallen, veelal binnen 1 jaar na verwijdering van de primaire tumor. Deze vorm wordt veel aangetroffen bij de Flatcoated Retriever, met als klinisch symptoom gezwelvorming en of kreupelheid.  Dit vormt naar schatting 20% van de maligne histiocytaire tumoren bij de Berner Sennenhond.

(2) Bij andere dieren openbaart het histiocytair sarcoom zich in eerste instantie als een tumor met direct meerdere haarden in één of meer inwendige organen, zoals longen, milt, lever, nieren, lymfeklieren in buik of borstholte, beenmerg en soms centrale zenuwstelsel. Vaak is de naam maligne histiocytose (MH) hiervoor gebruikt. In welk inwendig orgaan de tumor begint (primaire locatie), is vaak niet aan te duiden. Het klinisch verloop wordt gekenmerkt door een snelle verslechtering. Deze ziektevorm maakt zo’n 80% uit van de kwaadaardige histiocytaire tumoren bij de Berner Sennenhond en komt voor bij middelbare tot oudere honden. Een enkele maal is MH gezien bij dieren onder de twee jaar. De kans van optreden van HS/MH is sterk verhoogd bij de Berner Sennenhond en bij de Flatcoated retrievers. De ziekte-vorm MH is voor het eerst bij de mens beschreven in 1939, bij de hond in 1978.

De meest voorkomende klinische symptomen zijn :

  •  gebrekkige eetlust (anorexie);
  •  gewichtsverlies;
  •  extreme sloomheid (apathie);
  •  bloedarmoede / verhoogde bloedafbraak (anemie);
  •  hoesten , kuchen en hijgen , respiratoire problemen.

De diagnose HS of MH wordt gesteld op basis van klinische verschijnselen, aangevuld met röntgenonderzoek en/of echografisch onderzoek en cytologisch/histologisch onderzoek van biopten (weefsel uitstrijkjes) uit aangetaste weefsels (tumoren).

Terwijl honden met HS – mits bij presentatie nog geen zichtbare uitzaaiingen aanwezig zijn – soms extra tijd van leven is gegund door chirurgie, kent MH een snel en progressief karakter. Er is op dit moment nog géén adequate therapie voor handen. Bestaande behandelingsmethoden zijn slechts levensverlengend (weken ??). Een mogelijke ontwikkeling betreft een nieuwe vorm van medicinale therapie, welke op korte termijn op de Universiteitskliniek Gezelschapsdieren,  in samenwerking met Nederlandse veterinair specialisten onderzocht  gaat worden.

HS en in mindere mate MH vormen samen één van de meest voorkomende  sterfteoorzaken bij Berner Sennenhonden. Door het insturen van overlijdensformulieren willen we meer inzicht krijgen op welke leeftijd en in welke mate MH voorkomt en of in bepaalde lijnen MH vaker voorkomt. Door middel van DNA-onderzoek kan het gen of de genen opgespoord worden die verantwoordelijk zijn voor de ziekte, zodat we in de toekomst met een gericht fokbeleid de sterfte als gevolg van MH kunnen terugdringen.

Eind 2004 is er voor dit onderzoek een samenwerking tot stand gekomen tussen de faculteit voor Diergeneeskunde in Utrecht, de Universiteit van Cambridge en Amerikaanse wetenschappelijke instituten.

 

Levershunt

Levershunt lijkt veel vaker voor te komen bij de Berner Sennenhonden dan aanvankelijk werd gedacht.

In 2005 is er door de VBSH een onderzoek gedaan naar levershunt bij Berner Sennenhonden, waaronder ook  onze honden, meedoen aan het onderzoek gebeurde op vrijwillige basis.Zover wij nu weten zijn al onze honden vrij van levershunt, gelukkig maar, maar dat wil nog niet zeggen dat ze geen drager van het levershunt-gen kunnen zijn!! Helaas is het gen dat verantwoordelijk is voor een shunt nog niet bekend.

Mocht één of meerdere van onze honden drager zijn, wil dat niet zeggen dat we ze niet meer voor de fokkerij in kunnen zetten. Wel is het dan van belang om alleen combinatie’s te maken met honden die géén drager zijn omdat beide ouderdieren drager moeten zijn om een levershunt-lijder te krijgen.Het zou dan ook goed zijn als dat verantwoordelijke gen snel gevonden wordt!!Meten is weten is een gezegde, dat dat ook hier opgaat mag duidelijk zijn.

Wij laten de pups die bij ons geboren worden allemaal testen op levershunt, dat kan door een eenvoudige ammoniak-test en kost slechts enkele tientjes per pup.Via de werkgroep gezondheid van de VBSH kunnen fokkers de adressen en de benodigde formulieren opvragen waar en wie bevoegd is om de test uit te voeren!Wij laten onze pups testen in Utrecht omdat dan ook meteen het DNA wordt opgeslagen in een data-bank.Inmiddels is het DNA van al onze honden opgeslagen in een data-bank die opgezet is door samenwerking tussen de VBSH en UKG (Universiteitskliniek te Utrecht), het DNA kan gebruikt worden bij het opsporen van erfelijke aandoeningen binnen het ras.